




|
Jeugdcriminaliteit |
|
Afstudeeropdracht Academie voor sociale studies. |
|
Risicofactoren op kindniveau. |
|
¨ afwijzend en/of opstandig gedrag; ¨ leeftijdsongewoon regelovertredend gedrag thuis en op school: er is sprake van gedragsproblemen, delictgedrag op school, agressief gedrag tegenover gezinsleden, leeftijdgenoten en leerkrachten, het zich niet houden aan afspraken met ouders en/of leerkrachten; ¨ delinquent gedrag onder twaalf jaar: het jonge kind komt wegens delictgedrag in aanraking met de politie; ¨ leeftijdsongewoon delinquent gedrag: het kind pleegt een delict dat zich kenmerkt door een discrepantie tussen aard en ernst van het feit en de leeftijd van het kind; ¨ hoge delictfrequentie: het kind onder twaalf jaar komt ten minste twee keer in aanraking met de politie wegens het plegen van een strafbaar feit; ¨ laag IQ: een score van 90 of lager vastgesteld op basis van onderzoek; ¨ slechte schoolprestaties: het kind heeft leerproblemen zich uitend in slechte schoolprestaties en zittenblijven; ¨ spijbelen: het kind spijbelt regelmatig, al dan niet met medeweten van de ouders; ¨ concentratieproblemen: in algemene zin en/of op school; ¨ eigen slachtofferschap: het kind heeft slachtofferervaringen op lichamelijk, seksueel of psychisch gebied; ¨ agressief gedrag, onder andere tegenover leeftijdgenoten; ¨ riskante gewoonten op jonge leeftijd: het kind gebruikt reeds op jonge leeftijd drugs en/of alcohol en/of gokt regelmatig; ¨ wegloop- en zwerfgedrag; ¨ jeugdige seksuele ervaringen en/of seksueel promiscue (uitdagend/veel wisselingen) gedrag.
|



